Lieve vriendjes zo ver weg en toch zo virtueel dichtbij,
Ik schaam me diep dat ik jullie niet eerder iets heb laten weten. Ironisch eigenlijk, toen ik in een ontwikkelingsland woonde kon ik meer en makkelijker online komen dan hier in het continent van wolkenkrabbers, High Tech en Bill Gates. Sterker nog, eergisteren ben ik zelfs bij de Microsoft hoofdgebouwen in Seattle/ Redmond geweest. Niet als een toerist, maar om er een coffeemate te brengen die de man van mijn Egyptische vriendin thuis vergeten was. Maar ik wijk af. Wat ik jullie eigenlijk wil zeggen is dat ik jullie ondanks de stilte waarmee ik wegvloog, heel erg mis.
ikzelf lijk me in het land van de behekste technologie te bevinden. Toen ik in Seattle mijn laptop in het stopcontact stak, gaf ie een piepje en ging dood. Het was een stille, maar onverwachte dood. Ik probeerde hem een tiental keer opnieuw op te starten, maar hij deed helemaal niets meer. Ik ben niet materialistisch ofzo, maar dit ws toch wel even een schok, zeker zo vlak voor het schooljaar begin. Ik heb hem op alle manieren proberen te reanimeren, maar de diagnose bij de Geek Squad was fataal. Geen leven meer in en herstellen zou honderden dollars kosten. Wat een begin van een internationaal studieavontuur...
Maar ik ben een beetje vaag bezig, besef ik net. Misschien kan ik beter mijn afgelopen weken een beetje orienteren in de tijd.
8 augustus tot 24 augustus
Pieter en ik vertrekken als verliefde torteltjes naar Canada, zingen en kletsen aan 1 stuk door om de tijd in het vliegtuig en de luchthaven voorbij te laten vliegen, vergeten dat we afscheid van huis hebben genomen en genieten van het idee Canada voor ons alleen te hebben. En jawel, het werd een zalige tijd. Meestal was ik degene die Pieter moest gerust stellen als er even iets mis ging. Een gierige bankautomaat die geen geld wilde geven ondanks verwoedde kaartpogingen, een laatste trein die al vertrokken bleek, koffers die toch wel erg zwaar zijn en kilometers en kilometers door gure buurten van Montreal moeten worden versleept omdat er geen bussen rijden, een vrij slechte organisatie bij het begin van het wereldjeugdcongres in Quebec.
Uiteindelijk is de enige grote tegenvaller in Oost-Canada een diefstal door een gemene Afghaan geweest. Je zou bijna een Amerikaanse haat tegenover Afghanen gaan ontwikkelen, als je niet beter wist. Die Afghaan was Pieters kamergenoot bij het Wereldjeugdcongres en omdat de elektriciteit op mijn kamer even niet meewerkte, laadde ik op Pieters kamer mijn fotobatterijen op tijdens de laatste nacht. De gemene Afghaan (Waffie heette ie, grrr... stoute Waf!) zag zijn kans schoon en vertrok achter onze rug rond middernacht naar huis, nam de sleutels mee zodat we niet meer binnen konden, Pieter dus op mijn kamer moest slapen en Waffie liet niets maar dan ook niets weten. Toen we 's morgens iemand de duer lieten openmaken stootten we op de onaangename verrassing: Waffie weg, zijn spullen weg en... mijn batterijoplader foetsie! Het was een erg dure oplader en de batterijen erin waren ook niet goedkoop. Ik heb hem nog een boze mail gestuurd, maar er is nog geen reactie op gekomen. Moraal van het verhaal: vertrouw geen Afghanen in Canada, zeker niet met batterijopladers!
Tot hier de klaagzang. Maar zoals gezegd, voor de rest hadden we een supertijd. Samen namen we de lift naar het topje van de Tour van Montreal (zo een beetje als de Eifeltoren, maar dan schuin (de hoogste scheve toren ter wereld), zagen diertjes in een amazone-pool- Canada-namaak-ecologiepark Biodome, beklommen gezwind de Mont Royal van meer dan 200 meter hoog om een prachtig uitzicht als beloning te krijgen, verbaasden ons over wat ze allemaal als souvenier omtoveren voor toeristen (zelfs nagelknippers met een canadees blaadje) en werden verliefder en verliefder (wat het afscheid hartverscheurend maakte).
Het Wereldjeugdcongres liep van 10 tot 21 augustus. Ook dat was een leuke tijd (tot Waffie...). We ontmoetten veel nieuwe vrienden (twee Indoniesters, een lieve Argentijn en een vlotte Sri Lankaanse zullen ons altijd bijblijven en bezoeken we misschien wel ooit... hopelijk. Tijdens ons actieproject (van 17 tot 20 augustus verlieten we de universiteitscampus van Quebec om voor vier dagen wildemannen te gaan spelen in de wilde bossen van Quebec. Ecologische wildemannen weliswaar. Ik was toch wel even bang, zeker toen het koppel waar we logeerden doodleuk vertelde over de beren in de bossen. We zagen al meteen taferelen voor ons en lazen voor de zekerheid de 'wat te doen bij beeraanval'-instructies. (Voor wie het ooit nodig heeft: Bij zwarte moet je plat op de grond gaan liggen en doen alsof je dood bent, bij bruine moet je dat vooral niet doen, want dan eten ze je op. Dus onthou goed, als je een beer ziet doe je best eerst een kleurtestje. Gelukkig was onze voorbereiding overbodig. De enige dieren die we zagen waren salamanders, vleermuizen, rupsen en veeeeeeeeeeeeeeeel muggen. En Sparky, de boshond natuurlijk (die we een keer voor een zwarte beer aanzagen). Ons project was het bouwen van een brug in de wildernis. Dus dat deden we! Op drie dagen tijd lag er een zelfgemaakte brug uit boomstammen over het ravijn. Dat hadden wij goed gedaan met ons groepje van 12 internationale jongeren zonder hardwerkervaring. Pieter en ik waren vooral verantwoordelijk voor het ontbloten van bomen. We hebben zes vers gekapte bomen van hun schors ontdaan en 's middags en 's avonds hielpen we met het bereiden van natuurlijke, organische en natuurlijk veggie maaltijden. Het was ons ding wel, zoals je wel kunt verwachten.
24 augustus tot 27 augustus
Hmm, mijn verhaal wordt best lang... en dan ben ik nog niet in de UBC. Ik versnel. Op 24 augustus nam ik afscheid van Pieter in de luchthaven van Montreal, Hij vloog naar Belgie en ik ging de andere richting uit naar Vancouver. De luchthaven was totaal anders dan de vele luchthavens die ik in mijn leven heb gezien, Er stonden totempalen en ik zag twee watervallen in de vertrekhal... Vreemd. Ik sliep voor een nacht in een jeugdhotel waar ik om half 1 's nachts in mijn eentje aankwam. Te voet. Bleek dat jeugdhotel in het seksdistrict van Vancouver te liggen. Daar liep ik mooi met al mijn koffers (eentje op wieltjes, een immense rugzak op mijn rug en een al bijna even zware op mijn buik) langs de roodverlichte ramen en de starende blikken van rondhangende Canadezen. Ik voelde me zo rot en alleen... Niemand die ook maar voorstelde om te helpen met dragen of me te beschermen tegen dronkenlappen. Gelukkig ben ik veilig en zonder al te veel rugproblemen in het jeugdhotel aangekomen. Veel heb ik niet geslapen. Wenen was mijn hoofdbezigheid... naast foto's kijken en mezelf nog droeviger maken. Ik heb die nacht ook aan jullie gedacht, hoe fijn het is om jullie te kennen en waarom ik die goede omgeving en vrienden zomaar achterlaat voor een stad van dronken viezerikken waar niemand me kent, me helpt, me mist of me ook maar ziet staan... Al gauw was ik 1 slapeloos stuk verdriet. Gelukkig duurde het niet al te lang. Om zes uur verloste ik mezelf uit mijn lijden en besloot het gewoon zonder slaap te stellen en iets leuks te gaan doen. In mijn eentje verkende ik de straten rond het hostel in de hoop op avontuur en een zonsopgang. Maar ook dat viel tegen. Veel stadsmensjes blindelings op weg naar werk, beangstigend hoge gebouwen en als enige troost de zoete geur uit de vele Starbucks en Blenz koffieketens (letterlijk op elke hoek!).
Gelukkig kon ik om 9 uur de bus nemen naar Seattle, naar een vriendin die me er zou opwachten en met wie ik nog drie fijne dagen zou beleven over de grens. Seattle:Naar de VS gaan bleek toch niet zo makkelijk als gedacht. De rit hoorde normaal 2 tot 3 uur te duren, maar de bus deed er 5,5 uur over. De grenscontrole was wraakroepend. Eerst moet je bijna een uur wachten op de bussen voor je om vervolgens alle bagage uit de bus te halen en een heel stuk mee te slepen tot de duanepost, daar nog een uur in de rij aanschuiven om dan je vingerafdrukken te laten registreren plus een foto laten nemen. Dan moet de bagage ook nog eens door de scanner en als klap op de vuurpeil moet je nog 6 dollar betalen om de grens over te mogen. En natuurlijk had ik geen Amerikaanse dollars op zak. De Amerikaan achter de balie deed hoogst onvriendelijk en onbeleefd. Hij vond dat ik maar terug naar Canada moest als ik niet op 1,2,3 Amerikaanse dollar naar boven kon toveren. Hij liet me letterlijk links liggen met al mijn bagage, Als ik er niet zelf achter was gekomen dat ik ook met een creditkaart kon betalen, had hij me echt niet doorgelaten. Niet echt een goede eerste indruk van Amerika dus. Mijn vriendin drukte me echter op het hart dat de meeste Amerikanen wel vriendelijk zijn. Ze komt uit Egypte, woont nu al 2 jaar dichtbij Seattle omdat haar man bij Microsoft werkt en heeft het meest schattige zoontje ter wereld. Drie dagen heb ik paard, liedjeszangeres, carrousel en kietelmachine gespeeld voor de zeemzoete kleine Yahia (die net 2 was geworden). Ik genoot er echt van om dat schatje te zien lachen. Met de kinderwagen reden we door de downtownstraten van Seattle om te sitesee"en, merkten dat Yahia hoogtevrees had toen we op de Space Needle stonden en besefte ik dat Seattle niet voor niets vaak de mooiste en groenste plaats van de VS wordt genoemd. Het is er zo proper, groen, vol parken en meren en niet te vergeten... tamme eekhoorntjes. Letterlijk! Toen we in het park wandelen en ik neerknielde kwam er een gewiekste pluimstaart op me af gehuppeld. Hij zat op tien centimeter van mijn schoen en wees naar mijn tas. Zijn kraaloogjes vroegen eten, dus gaf ik hem een stukje banaan. Hij knikte even en zocht rustig een boom op om zijn hapje op te smullen. Moraal van het verhaal: de eekhoorntjes in Seattle komen uit Disneyfilms! 27 augustus tot nu: UBC!
Het was moeilijk om gisteren afscheid te nemen met Yasmine en Yahia en terug op de bus te stappen naar de plek waar ik echt niemand kende. Bovendien had ik net die dag mijn laptop zien sterven en de diagnose gekregen van de Geeks... Dus ik zat de volgende 3 uur (de Canadese grens is menselijker) nogal stilletjes voor me uit te staren en zachtjes te huilen in de bus. Bij de opweg had ik nog leuk gebabbeld met een pokerprofessional uit California, maar bij de terugrit was er niemand die een woord met me deelde. Even later stond ik dus te bibberen op Broadway (een brede straat in het centrum) om er voor de eerste keer mijn bus naar UBC te nemen. Ik heb me al lang niet meer zo nerveus gevoeld. Het was niet makkelijk om met al mijn spullen op de bus te raken (hier kan je trouwens je fiets meenemen vooraan op de bus. Ze maken die vast aan de snuit van de bus. Erg speciaal en ingenieus. Maar goed, een twintigtal minuten later stond ik op de campus. Dit was het dus: een groot gebied wat meer op een stad op zich dan op een universiteit leek: brede straten, winkels, veel parkings, grote doch mooie gebouwen en totaal geen makkelijkmakende pijltjes voor exchangers.
Uiteindelijk vond ik mijn weg op goed geluk en ask the natives. Vreselijk zo een tocht van meer dan 40 minuten zwaar beladen als een ezeltje. Hevig zwetend, vuurrood, buiten adem en lichtelijk doorweekt door de miezerregen was ik toen ik eindelijk bij de residentiebalie aankwam. Je kan mijn ontzetting voor je zien als ik vertel dat ze me doodleuk vertelden dat er iets mis was gegaan mijn early-arrival registratie. Er woonde nog iemand in mijn kamer en ik moest voor de volgende twee dagen maar een hotel zien te vinden ofzo. Ik boos natuurlijk, maar vooral heel erg teleurgesteld. Ok, een ontvangst met spandoeken hoefde niet, op een lieve buddy had ik niet gerekend en dat er geen busje op en af reed tussen hoofdbusstop en residentie (ook al liggen die 40 minuten uit elkaar) tot daar aan toe... maar na al die frustratie ook nog de laan uitgestuurd worden omdat zij iets mis hadden gedaan met de registratie. Sorry hoor, dat werd me even teveel... Ook al word ik niet graag emotioneel in publiek, het leek te helpen. De receptioniste die me net nog wegstuurde, kreeg medelijden en zei de verlossende zin " I'll see what I can do". Ze belden naar het meisje dat nog in mijn kamer woonde en mirakel boven mirakel, die bleek van plan te zijn om over een kwartier uit te checken om vroeger terug naar huis te gaan (er was hier zomeruniversiteit). Dus: ik kon in de kamer!!! De kamer was dan wel niet schoongemaakt, maar daar gaf ik op dat moment niet veel om. Even later bleek het toch wel niet leuk om nog restjes en rondslingerende reclame in mijn nieuwe stekje te vinden. Stekje ja, want mijn kamertje is hoogstens 6 vierkante meter, iets van 2 op 3. Ik heb een bed, een bureau, een bureaulamp, een kastje en een ingebouwde muurkast (en geen plaats om te lopen). Mijn kamer is nu al vol omdat ik de koffers toch ergens moest neerzetten.
Ik deel mijn huis 2710 met nog drie mensen, dus toen ik voor de eerste keer de deur openduwde verwachtte ik een blije kennismaking. Helaas, het huis was heel erg leeg en mensjesloos. Er was wel een zitkamer, een keuken en zelfs een tv-tje, maar niemand om me gezelschao te houden. Om mezelf te troosten ben ik maar meteen mijn kamer uit gelopen nadat ik mijn koffers had neergeplofd en nam de bus terug naar het centrum, zocht een mediamarktachtige superelectronicazaak, kocht er een laptop en ging in het donker terug naar 'huis' met de bus. Nog steeds geen kat, wel vreemde geluiden en hoog, onheilspellend gelach rond middernacht. Ik heb nog altijd geen idee waar het vandaan kon komen, maar het scared the hell out of me, En weeral bleef ik slapeloos... ik geloof dat ik alleen tussen 3 en 5 even ben ingedommeld, om dan wakker te schrikken door mijn gsm (mijn ouders waren even het tijdsverschil vergeten). Ga ik Tuur achterna met mijn sleeplessheid, een neveneffect van Seattle?
Gelukkig was vandaag een heerlijke dag. Veel regen, ik heb me al niet meer zo verregend gevoeld, maar wel veel nieuwe vrienden. De introductiedagen zijn echt een goede zaak, Orientation heet dat hier. Bij de registratie vanochtend kon ik al meteen socializen met een Australische uitwisselingsstudente uit Brisbane die erg veel klaagde over de regen en de kou. Ergens op het pad tussen de immense bookstore en de residentie kwamen we een verdwaald meisje tegen die net als ons een blauw-oranje exchange student draagtas bij zich droeg. Zij vroeg de weg, wij haar naam. Ze bleek familie te zijn van mijn naam: Farah uit Malaysia. Daarna brachten we de rest van de dag samen door en vervoegden ons groepje met een toffe Zuid-Koreaanse die haar paraplu graag deelde. En dat maakt dat ik hier al drie mensen vrij goed heb leren kennen op 1 dag. En jawel, tijdens de openingsceremonie hoorde ik opeens bekende klanken achter mij. Een Nederlandse en een Belgische zaten zomaar toevallig vlak bij me. Heerlijk om nog eens even je eigen taal te spreken, je voelt je meteen veel meer verbonden, ook al ken je elkaar net zo min als je de Chinezen of Mexicanen kent.
Ook hier op de campus werd ik verrast door pluimstaartbeestjes. De drie UBC eekhoorntjes die ik vandaag van dichtbij zag, waren superschattig en mooi. Eentje was volledig zwart. Dat had ik nog nooit gezien. Ik zei lang tegen Pieter dat ik naar Canada ging om wasbeerkoninging te worden, maar eekhoornkoningin zijn lijkt toch een betere bezigheid voor mij hier.
Ik drink nu een heerlijke choco in de Beanery coffee naast mijn huis. Het is al mijn derde sinds ik hier woon, maar het is oh zo lekker! Binnen is het erg gezellig. Er hangen trouwems altijd wel een aantal internat. students rond. Choco brengt troost, maar drink troost met mate, anders krijg je heimwee naar het gewicht dat je had v'oor de uitwisseling...
Op de kermisactiviteiten die Gala International ons vandaag (eendjesvissen) won ik een deken. Handig, want een donsdeken of onderlakens waren natuurlijk niet voorzien in huis en de winter belooft koud te zorden. En de lekkende kraan zal ook nog lang lekken....
Lieverds, vergeet niet dat ik veel aan jullie denk en dat mijn adres hier:Veerle Vrindts 2710-1 Fairview CrescentVancouver, BC V6T2B9
Mijn gsmnummer in Canada is 001 7783205585
Liefs, Veerle
zondag 31 augustus 2008
maandag 21 juli 2008
Mollina- España!!!!!!!!!!
Ik heb het eerst in het Spaans geprobeerd, maar na 2 bladzijden tekst was ik nog niet verder dan de luchthaven, dus ik moet echt een schrijfversnelling inlassen als ik alle onbeschreven wil aanhalen. De hoogtepunten van de afgelopen maanden dragen ongetwijfels een Spaanse geel-rode vlag onder de arm, maar sommigen laten zich ook aantikken als sprankelende korte momentjes met Pieter (waarin ik een beetje mental couch probeerde te spelen ivm zijn bachelorscriptie (die hij vrijdag definitief gaat afronden, toch?)). Maar om een lang verhaal kort te maken, na de examens eind mei, een eerste tien op een examen van cultuurwetenschappen, een gelukkig en wel afgesloten Honoursprogramma met presentatie in het Engels en schrijftweeweekse aan Frietjes met Pindasaus, ben ik op 21 juni naar Spanje verrokken. Alleen in het vliegtuig vanuit het koude Maastricht. God, het is vandaag precies een maand geleden, maar het lijkt alsof ik daarnet nog met slaapoogjes op die luchthaven zat en met kopieën van Psychologie (over Descartes en ontologie) op schoot zat voor het vliegtuig vertrok. De reis zelf was onvergetelijk, hoewel we (Jolien, Hanne, Fanny, Lukas, Tuur en ik) niet echt veel hebben uitgevoerd. Geen echte youth in action, maar youth in ontspanning.
Maar ik dwaal weer af. Op deze manier kan ik nog uren doorgaan. Stick to the points!
Veerles culturele verschillen tot nu toe:
- Voor Israeliers is het erg onbeleefd om geen fooi te geven. Die fooi kan met gemak 5 euro zijn als je voor wat meer geld gaat eten. Lital was dan ook erg geschokt toen ze zag dat de anderen geen fooi achterlieten voor de bediening bij de tapaszaak in Sevilla. Ze begreep niet goed dat de fooi niet het enige loon is dat de obers krijgen. In Isrqel is dqt vaak wel het geval, wat een fooi erg welkom maakt.
- In Hongarije zijn er traditionele huwelijken waarbij de bruid of de bruidegom ontvoerd wordt door de vrienden en de echtgenoot(e) hem/ahar moet gaan zoeken. Op zijn of haar tocht moet hij opdrachten uitvoeren bv. wijn drinken uit de schoen van geliefde enz...
Er is op zo´n huwelijk trouwens niet alleen een openingsdans, maar ook een speciale dans van de geliefden en natuurlijk heel veel volksdansen.
- In Hongarije en Polen (en misschien ook in andere landen) vieren mensen hun naamfeest ala ware het een verjaardag. Met cadeautjes en al... Denken jullie aan mij op 4 januari
Waarschijnlijk weet ik er nog veel meer, maar ik moet nu echt aan slapen. Het is de eerste keer dat mijn oogleden en ´zwaar wegen´. En de lettertjes hallucineren voor ñijn ogen. Oh, dit is raar,leuk, maar duizelingwekkend. Ondertussen tikt Edina om kwart na 1 rustig verder.
Maar ik heb echt slapekes nodig... morgen wordt een lange dag (hopelijk)
Zie jullie graag!!!!!!!!!!!!!!
Veerle
vrijdag 23 mei 2008
Cause she had a bad day...
Some people say they write the best words when they're feeling sad. I don't want to confirm this stereotype, because that would mean I'm in a waive of inspiration right now (even though i don't feel like writing at all).
I feel like...
I feel like... crying out loud (maybe), who would it bother in this lonely house? It would wake up my dear 'diertjes': Jip would lift one ear and continue his running dreaam, Ankie wouldn't even make a move. What do they dream about? I know they feel lonely too... Would they feel the same as I do? Living a day full of missing just with the hope for one moment... seeing (or in my case: chatting) the person they love back in the evening? That would mean I am the person they love. But some times this week I felt a stranger for my own pets. When I had to provide them with food (Why do all these dog- and cat foodindustries, produce such a stinky, horrible and distastefull meat for man's best friend? If course, I sprinted to the Bio-Store as soon I heard there really exists something called 'Yarra's Vegetarian dog Food'. Anyway, the store didn't have it in stock, which made me wait for 2 weeks (still 1 week to go now).
But no, I don't feel missed at all, while I had one of the worst missingweeks ever. Especially on this own moment, it feels like the world is slipping through my hands. There's a wall between me and the people I miss. A wall called 'voicemail' and 'offline' between Pieter and me, a wall called 'Leon' (my father) between me and my mother far away in Turkije. I heard she sounded hidingly sad on the phone, but then the connection failed. Calling again made it worse. The Turkish guy on the reception desk was surprised by hearing me ask for room nr 230 two times on a row. Room 230 didn't bring more information about my mom, only an annoying dad asking irrelevent questions which answers I had to repeat at loud voice (because he didn't really listen). I can cry if I want, I can shout... and that's what I did on the phone. But shouting didn't work either. Leon still didn't listen and forced me to repeat... just as long till tbe connection broke again...
Why Pieter? Why aren't you there when I need you so badly?
I miss a secure life. I miss friends of who I know I can 'really' call them in the middle of the night (if you consider 12:58am the middle of the night). A friend who accepts you when you cry, but also when you just want to be silent together. I have more than 200 facebookfriends, but at this right moment, I feel I lost everything in this barefooted world. I'm shoeless in a field of glass pieces. Of course I trust my friends, but I'm sure they would be to surprised (and tired) to hear my voice through a static mobile phone speaker. I would feel annoyed because of my own silence... making a fool of myself. Because I don't have real reasons to feel as sad as I do right now. Actually I have to feel great because of my nearly-totally vegan diet. I almost succeed in the promisses I made to myself. But in the evening I fail... looking forward to that little lovely chat before night begs for sleep. Looking forward to these little carefull and soathing words... but end in 'ok and offline'. The food is okay, but my emotions explode in the atmosphere of loneliness.
At the moment you discover life makes no sense, you have two choices (at least that's what my tutorial manual says about postmodernism): you can wish to die or color in the black-and-white drawing of your own by yourself. At the moment I don't feel like painting... just wanna cry and sleep forever...
I feel like...
I feel like... crying out loud (maybe), who would it bother in this lonely house? It would wake up my dear 'diertjes': Jip would lift one ear and continue his running dreaam, Ankie wouldn't even make a move. What do they dream about? I know they feel lonely too... Would they feel the same as I do? Living a day full of missing just with the hope for one moment... seeing (or in my case: chatting) the person they love back in the evening? That would mean I am the person they love. But some times this week I felt a stranger for my own pets. When I had to provide them with food (Why do all these dog- and cat foodindustries, produce such a stinky, horrible and distastefull meat for man's best friend? If course, I sprinted to the Bio-Store as soon I heard there really exists something called 'Yarra's Vegetarian dog Food'. Anyway, the store didn't have it in stock, which made me wait for 2 weeks (still 1 week to go now).
But no, I don't feel missed at all, while I had one of the worst missingweeks ever. Especially on this own moment, it feels like the world is slipping through my hands. There's a wall between me and the people I miss. A wall called 'voicemail' and 'offline' between Pieter and me, a wall called 'Leon' (my father) between me and my mother far away in Turkije. I heard she sounded hidingly sad on the phone, but then the connection failed. Calling again made it worse. The Turkish guy on the reception desk was surprised by hearing me ask for room nr 230 two times on a row. Room 230 didn't bring more information about my mom, only an annoying dad asking irrelevent questions which answers I had to repeat at loud voice (because he didn't really listen). I can cry if I want, I can shout... and that's what I did on the phone. But shouting didn't work either. Leon still didn't listen and forced me to repeat... just as long till tbe connection broke again...
Why Pieter? Why aren't you there when I need you so badly?
I miss a secure life. I miss friends of who I know I can 'really' call them in the middle of the night (if you consider 12:58am the middle of the night). A friend who accepts you when you cry, but also when you just want to be silent together. I have more than 200 facebookfriends, but at this right moment, I feel I lost everything in this barefooted world. I'm shoeless in a field of glass pieces. Of course I trust my friends, but I'm sure they would be to surprised (and tired) to hear my voice through a static mobile phone speaker. I would feel annoyed because of my own silence... making a fool of myself. Because I don't have real reasons to feel as sad as I do right now. Actually I have to feel great because of my nearly-totally vegan diet. I almost succeed in the promisses I made to myself. But in the evening I fail... looking forward to that little lovely chat before night begs for sleep. Looking forward to these little carefull and soathing words... but end in 'ok and offline'. The food is okay, but my emotions explode in the atmosphere of loneliness.
At the moment you discover life makes no sense, you have two choices (at least that's what my tutorial manual says about postmodernism): you can wish to die or color in the black-and-white drawing of your own by yourself. At the moment I don't feel like painting... just wanna cry and sleep forever...
zondag 18 mei 2008
donderdag 15 mei 2008
klaagmuur
Hoeveel dagen en momenten voor het slapengaan heb ik al uit bed willen slenteren en achter de computer willen neerploffen om al die ideetjes even af te schudden en keurig op papier (lees: computerscherm) te zetten. Maar nee, Veerle was te lui, te bedderig voor het slapengaan, te bang voor boeven op het gelijkvloers, te geen-zinnerig om de computer op te starten en lange verontschuldigende inleiding te schrijven, die niet half zo goed of lezenswaardig uitgespreid wordt als dat ie in mijn hoofd al bestond.
Komt het door die paar warme groentjes die ik vandaag at? Of heeft raw food een omgekeerd effect op mij en halen noten mij echt helemaal 'down'...? Feit is dat somberheid me vandaag achternazat. En ie was snel. Vanochtend zong ie schrijnend schertsend in mijn oor "geen zin, ik heb geen zin... niet voor tutorial of college, niet om in het zonnetje naar het bushokje te wandelen, niet om lang op de bus te wachten in het gras met een leuk artikel over de gebarentaal van chimpansees op schoot, niet om aan te komen in een huis vol koffers in de veranda, om mijn ouders te zien vertrekken met de trein naar Turkije (met een paar gevleugelde tussenstappen), niet om in Bilzen Centrum een interessant bezoekje te brengen aan de natuurvoedingswinkel en daar een aantal vega-blije ontdekkingen te doen (no-egg, vegan chocopasta, veeeel nootjes, zonnebloempitten, stroopwafeltjes en een pak besteld vegetarisch hondenvoer), niet om een lekker fruitsapje te drinken met oma op een Bilzers marktterras en al helemaal niet om te wachten op de journalistiekles in Syntra (vanaf het park met zicht op konijntjes en een markerend inhaaltekst), niet om nog op het laatste moment een artikel te schrijven om de leraar goed te stemmen, niet om daarna lang in de auto te zitten... ùaar waar ik echt geen zin in had was thuiskomen in een leeglijkend huis (zelfs Jip en Ankie maakten geen aanstalte pù wakker te worden toen ik binnenkwam. En toch... toch heb ik me door de dag heengeworsteld, gelachen, gelezen, afscheid genomen, genoten, soms zelfs vergeten dat de somberheid me weer vlug zou overvallen als ik niet snel genoeg liep en mijn tijd moest 'doden' met wachten. Wachten op bussen, op lessen waarbij niemand opdaagt, op een begrijpbaar Engels woord tijdens een postmodern college, op Godot, op een lieve jongen die online komt om me uit mijn klagen te verlossen en me weer tijgertje maakt...
Gelukkig was er in het midden van de dag dat telefoontje... Ik hou van 025-nummers!
xxxxxxx Ik heb meer te melden, maar doe het niet omdat mijn pas gemaakte 'planningskalender' me zegt dat ik over precies zes en half uur mijn bedje moet verlaten...
Slaapwel mensen en dieren to whom it may concern...
Inspiratieloze groetjes,
Veerle
Komt het door die paar warme groentjes die ik vandaag at? Of heeft raw food een omgekeerd effect op mij en halen noten mij echt helemaal 'down'...? Feit is dat somberheid me vandaag achternazat. En ie was snel. Vanochtend zong ie schrijnend schertsend in mijn oor "geen zin, ik heb geen zin... niet voor tutorial of college, niet om in het zonnetje naar het bushokje te wandelen, niet om lang op de bus te wachten in het gras met een leuk artikel over de gebarentaal van chimpansees op schoot, niet om aan te komen in een huis vol koffers in de veranda, om mijn ouders te zien vertrekken met de trein naar Turkije (met een paar gevleugelde tussenstappen), niet om in Bilzen Centrum een interessant bezoekje te brengen aan de natuurvoedingswinkel en daar een aantal vega-blije ontdekkingen te doen (no-egg, vegan chocopasta, veeeel nootjes, zonnebloempitten, stroopwafeltjes en een pak besteld vegetarisch hondenvoer), niet om een lekker fruitsapje te drinken met oma op een Bilzers marktterras en al helemaal niet om te wachten op de journalistiekles in Syntra (vanaf het park met zicht op konijntjes en een markerend inhaaltekst), niet om nog op het laatste moment een artikel te schrijven om de leraar goed te stemmen, niet om daarna lang in de auto te zitten... ùaar waar ik echt geen zin in had was thuiskomen in een leeglijkend huis (zelfs Jip en Ankie maakten geen aanstalte pù wakker te worden toen ik binnenkwam. En toch... toch heb ik me door de dag heengeworsteld, gelachen, gelezen, afscheid genomen, genoten, soms zelfs vergeten dat de somberheid me weer vlug zou overvallen als ik niet snel genoeg liep en mijn tijd moest 'doden' met wachten. Wachten op bussen, op lessen waarbij niemand opdaagt, op een begrijpbaar Engels woord tijdens een postmodern college, op Godot, op een lieve jongen die online komt om me uit mijn klagen te verlossen en me weer tijgertje maakt...
Gelukkig was er in het midden van de dag dat telefoontje... Ik hou van 025-nummers!
xxxxxxx Ik heb meer te melden, maar doe het niet omdat mijn pas gemaakte 'planningskalender' me zegt dat ik over precies zes en half uur mijn bedje moet verlaten...
Slaapwel mensen en dieren to whom it may concern...
Inspiratieloze groetjes,
Veerle
maandag 21 april 2008
EuroMUN
Did I ever have so little sleep? Probably I had... think of Ecuadorian and Scottish nights, they were short too. But the last 5 days were different. EuroMUN 2008, months and months I could only think of it in terms of fear and postponed the prospective of being in charge of an entire journalist team. Would they like me, would they accept me as a chair, even though my English fails on crucial, nervous moments? But I my fear had no ground. These 19 journalists formed the best team I could barely wish for. They worked their heart out, respected their task and most of all they were lovely, hardworking and very gifted writers! I'm so proud of them...
But I have to go now... My bus is leaving in some minutes. Never try to write a tribute in a few minutes...
Coming back tonight,
Veerle
But I have to go now... My bus is leaving in some minutes. Never try to write a tribute in a few minutes...
Coming back tonight,
Veerle
vrijdag 21 maart 2008
Back to irrationality
As a tribute to my small international audience (yes my dears from USA, Pakistan, Ghana, Chili, Portugal, Indonesie, etc. I'm watching you ;) )I'll post my first log after one month of silence in English. As you know I still feel ashamed about my poor vocabulary, about my hesitations in grammar and the lack of any British nor native accent. In my curriculum vitae you will find a proud note that I'm a fluent speaker of the language of 'angels' (In Dutch English is 'Engels' while our word for angel is written like its singular form 'engel'), but when you meet me, you encounter a soft blending of European Spanglish with a huge Belgian taste in the throat. Future employers, please do note take not of this...
I have too many things to say. Maybe even too personal to formulate in proper English. How can I announce what happened the day after my last log. This log will appear as directly after the 18th of february, a day that brought me doubts and blue thoughts. But for what? What was my right to think about my own existential never-ending question marks on that single day, the day before. You never know what will happen next. Maybe it's easy to write from the point where I stand now in my life, in time. Seeing it all as a story, because you know the rest of the storyline. There exists a name for it, which I can't remember... I shall call it the ...-error. What would I have done if I had known it the day before? Would I have been writing clumsy weblogs about my miserable studentlife? Probably not. And now? How can I write now about the way I miss my future-brother-in-law Geert since he's been gone. Pieter is able to find the right words to express his feelings, even during Canadian chat sessions. And it makes me jealous that his chatfriend comes across with the right words too. At least he perceives them as the precise words to console him. This kind of moments make me feel as a thin young tree, strong in appearance with potentials to grow, but weak and breakable when the wind blows too roughly one day. She will nearly loose her balance in her attempt to support the bowing branches of her beloved ‘tree friends’ who woke up in the centre of the storm and saw the most protected and cared member of their own little forest broken in the hands of the bare earth.
It’s still surrealistic to write about the days before and after the funeral. Pieter returned from Groningen directly after the bad news. That same Tuesday he was lying in my arms for some moments. His father brought him all the way and stayed calm but with broken words he told us the story which he had to repeat over and over again the following days.
I felt guilty because of the days before. On Friday I wanted to catch Pieter by surprise and pick him up at the railway station. That morning Geert was taken to the hospital because of some unusual, but small epileptic attacks. I got the news of the hospitalization right on my way to the railway station His mother kept repeating that the epileptic disorder was a family trait and she was afraid she passed her worst genes on her son.
My first reaction was one of shock. An epileptic attack did sound very dangerous in my ears. But because his mother was almost sure it was the outbreak of a family disorder already shimmering under his skin for 24 years which could be taken under control by daily medication, I was slightly relieved and started to mourn because the surprise for Pieter needed to be cancelled. Instead we went to the hospital, where we made him smile by our company. He greeted us with the same enthusiasm as always. You would say he was alright again, that the hospitalization hadn’t been necessary and as he himself assured me he would leave the hospital to go home maybe even the next day (with some medication). On Saturday Pieter stayed at our home, just like any other week. We watched a movie (I believe it was Ghandi) and we went to the last sale of the town library as a morning surprise. We stayed in touch by phone with Pieters parents, who told us Geert had to stay one more day for some observations, but on the first scan there was apparently nothing wrong. On Monday we still had some chat talk about daily quandaries and the next day I got a terrible phonecall from Pieter. I could hear his voice trembling as he spoke: “something very sad happened, Geert has died suddenly this morning.” One moment I thought I couldn’t breath. I didn’t want to think about psychology, but in my heart I felt the different feelings come by: denial, anger, grief and a long way to go to acceptance. No words would do during that phone call and I kept repeating ‘oh no’, while searching for just some words which could bring some … something.
I don’t know what more I said, probably practical things (the cause, what now?; the funeral, …) The show had to go on. The next day I still had to go to school for some hours, just to not get behind. Anyway I couldn’t concentrate and counted the minutes to be close to Pieter.
What can I call that weekend? On Thursday and Friday everybody came to greet the body, which was placed in the living room. On Saturday was the official funeral. Except from a poem, written for Geert, I felt like I couldn’t offer more. What could I give them? Pieter and his parents? Someone to speak to, someone to hug , a shoulder to lean on, to play and feel free for a moment? But did Pieter want my small support, just an empty grasp of hugs and tender caresses, but no solution… Impossible. Just on that day we celebrated in whispering silence our 4-year love-anniversary. It’s strange how it all comes together: love and grief, expectations and endings; special day of love and date on the graveyardstone, tears and the first rain of early spring…
Since the month that passed, I feel even more connected. When I fondle you, the magic feels irrationally real. You’re touchable close sometimes and I love the confirmation you’re still with me. As long as you don’t leave me, I know we’re safe together. But just understand that I sometimes have to follow the signs, that my fate begs for scaffolding and Shall-I-Call-It-God helps me to foresee which direction to go. Please don’t think I’ll run out of sight… I’ll just take you with me.. in my backpack.
Good night and take care of yourself and the others,
Love,
Veerle
I have too many things to say. Maybe even too personal to formulate in proper English. How can I announce what happened the day after my last log. This log will appear as directly after the 18th of february, a day that brought me doubts and blue thoughts. But for what? What was my right to think about my own existential never-ending question marks on that single day, the day before. You never know what will happen next. Maybe it's easy to write from the point where I stand now in my life, in time. Seeing it all as a story, because you know the rest of the storyline. There exists a name for it, which I can't remember... I shall call it the ...-error. What would I have done if I had known it the day before? Would I have been writing clumsy weblogs about my miserable studentlife? Probably not. And now? How can I write now about the way I miss my future-brother-in-law Geert since he's been gone. Pieter is able to find the right words to express his feelings, even during Canadian chat sessions. And it makes me jealous that his chatfriend comes across with the right words too. At least he perceives them as the precise words to console him. This kind of moments make me feel as a thin young tree, strong in appearance with potentials to grow, but weak and breakable when the wind blows too roughly one day. She will nearly loose her balance in her attempt to support the bowing branches of her beloved ‘tree friends’ who woke up in the centre of the storm and saw the most protected and cared member of their own little forest broken in the hands of the bare earth.
It’s still surrealistic to write about the days before and after the funeral. Pieter returned from Groningen directly after the bad news. That same Tuesday he was lying in my arms for some moments. His father brought him all the way and stayed calm but with broken words he told us the story which he had to repeat over and over again the following days.
I felt guilty because of the days before. On Friday I wanted to catch Pieter by surprise and pick him up at the railway station. That morning Geert was taken to the hospital because of some unusual, but small epileptic attacks. I got the news of the hospitalization right on my way to the railway station His mother kept repeating that the epileptic disorder was a family trait and she was afraid she passed her worst genes on her son.
My first reaction was one of shock. An epileptic attack did sound very dangerous in my ears. But because his mother was almost sure it was the outbreak of a family disorder already shimmering under his skin for 24 years which could be taken under control by daily medication, I was slightly relieved and started to mourn because the surprise for Pieter needed to be cancelled. Instead we went to the hospital, where we made him smile by our company. He greeted us with the same enthusiasm as always. You would say he was alright again, that the hospitalization hadn’t been necessary and as he himself assured me he would leave the hospital to go home maybe even the next day (with some medication). On Saturday Pieter stayed at our home, just like any other week. We watched a movie (I believe it was Ghandi) and we went to the last sale of the town library as a morning surprise. We stayed in touch by phone with Pieters parents, who told us Geert had to stay one more day for some observations, but on the first scan there was apparently nothing wrong. On Monday we still had some chat talk about daily quandaries and the next day I got a terrible phonecall from Pieter. I could hear his voice trembling as he spoke: “something very sad happened, Geert has died suddenly this morning.” One moment I thought I couldn’t breath. I didn’t want to think about psychology, but in my heart I felt the different feelings come by: denial, anger, grief and a long way to go to acceptance. No words would do during that phone call and I kept repeating ‘oh no’, while searching for just some words which could bring some … something.
I don’t know what more I said, probably practical things (the cause, what now?; the funeral, …) The show had to go on. The next day I still had to go to school for some hours, just to not get behind. Anyway I couldn’t concentrate and counted the minutes to be close to Pieter.
What can I call that weekend? On Thursday and Friday everybody came to greet the body, which was placed in the living room. On Saturday was the official funeral. Except from a poem, written for Geert, I felt like I couldn’t offer more. What could I give them? Pieter and his parents? Someone to speak to, someone to hug , a shoulder to lean on, to play and feel free for a moment? But did Pieter want my small support, just an empty grasp of hugs and tender caresses, but no solution… Impossible. Just on that day we celebrated in whispering silence our 4-year love-anniversary. It’s strange how it all comes together: love and grief, expectations and endings; special day of love and date on the graveyardstone, tears and the first rain of early spring…
Since the month that passed, I feel even more connected. When I fondle you, the magic feels irrationally real. You’re touchable close sometimes and I love the confirmation you’re still with me. As long as you don’t leave me, I know we’re safe together. But just understand that I sometimes have to follow the signs, that my fate begs for scaffolding and Shall-I-Call-It-God helps me to foresee which direction to go. Please don’t think I’ll run out of sight… I’ll just take you with me.. in my backpack.
Good night and take care of yourself and the others,
Love,
Veerle
maandag 18 februari 2008
Silencio
Even Kant aan de kant schuiven. Soms voelt het alsof ... Ach Veerle, probeer geen woorden. Ze schieten te kort. Tekortschieten, en dat terwijl ik niet in uitdrukkingen en cliches wil vervallen. Vervallen... volgens de hindoes is de huidige tijd er eentje van verval De tijd is een cirkel... zo origineel was Malika Oulad Chara niet in 1999, ze las waarschijnlijk ook over de cyclische tijdsvisie van onze Indische vrienden. Ach lieverds, het gaat me even mijn blond-bruine hoofd te boven. Ik heb geen blad om op te staan, zo wappert het papier. Metaforen vatten wat niet te vatten valt, maar waar heb je dan wel vat over. En waarom is liefde zo onuitspreekbaar en klinkt "Ik hou van jou" zo onjuist triviaal op een zondagochtend bij zonnekierschemer? En waarom was ik zo snel uitgepraat terwijl ik zoveel wilde zeggen en omringd was door het stof van bibliothekische woorden.
Even geen woorden meer. Genoeg en uitgesproken. Stilte... sttt... dichter bij God... misschien... mystiek.... zwijg dan.... nu?..... ja.... ok dan.... slaapwel...
PS: Let vooral op de drie puntjes, daar schrijf ik nog het meest.
Mis je.
Even geen woorden meer. Genoeg en uitgesproken. Stilte... sttt... dichter bij God... misschien... mystiek.... zwijg dan.... nu?..... ja.... ok dan.... slaapwel...
PS: Let vooral op de drie puntjes, daar schrijf ik nog het meest.
Mis je.
maandag 11 februari 2008
Brugge collages carnavalkou, vliegers in de cinema en gratis Mobistarhartjes in de zon...
All we need is lightning... Ik kan niet helder denken met Lordi door de boxen van mijn middernachtelijke pc, maar het overstemt tenminste het gekweel van vaderlief die er op dit uur nog lustig op los tokkelt in de keuken. Geen Vlaamse schlagers voor mij, noch Vlaams Belangen (wil degene die het reclameblaadje in mijn brievenbus heeft gestopt, hiermee ophouden? Een politieke partij die vreest dat de Nederlandstalige spreekwoorden met Islamvarianten uitgebreid zullen worden en het dan vergelijken met een soort gecensureerde 1984-Newspeak. Alsjeblieft... Wil er nog iemand zich met politiek bezig houden? Sinds de Euro zeggen we toch nog steeds dat onze frank valt.
Een vakantie van zalige knuffelheid die ik vooral aan één persoon te danken heb... of moet ik hem otter noemen? Ik mis hem nu al... en dan bedoel ik niet alleen de vakantie.
Liefs,
Veerle
Een vakantie van zalige knuffelheid die ik vooral aan één persoon te danken heb... of moet ik hem otter noemen? Ik mis hem nu al... en dan bedoel ik niet alleen de vakantie.
Liefs,
Veerle
Abonneren op:
Reacties (Atom)